De vaste structuren van Steehouder

Om een tekst goed te kunnen schrijven is het handig om een structuur te hebben. Een soort bouwplan van je tekst. Michaël Steehouder beschreef een aantal vaste structuren in zijn boek Leren communiceren: zes structuren waar alle informatieve teksten in onder te brengen zijn. De indelingen van Steehouder kunnen jou als schrijver helpen om de grip op je tekst te vergroten.

Probleemstructuur:
Wat is het probleem precies?
Waarom is het een probleem?
Wat zijn er de oorzaken van?
Wat is ertegen te doen?

Maatregelstructuur:
Wat is de maatregel precies?
Waarom is de maatregel nodig?
Hoe wordt de maatregel uitgevoerd?
Wat zijn de effecten van de maatregel?

Evaluatiestructuur:
Wat zijn de relevante eigenschappen ervan?
Wat zijn de positieve effecten?
Wat zijn de negatieve effecten?
Hoe luidt het totaaloordeel?

Handelingsstructuur:
Wat is het doel van de handeling?
Wat zijn de voorwaarden ervoor?
Hoe verloopt de handeling in grote lijnen?
Hoe worden de deelhandelingen uitgevoerd?
Hoe wordt de uitkomst van de handeling gecontroleerd?

Ontwerpstructuur:
Waartoe dient het?
Aan welke eisen moet het voldoen?
Welke middelen worden er gekozen?
Hoe ziet het ontwerp eruit?
Wat is de waarde van het ontwerp?

Onderzoeksstructuur:
Wat wordt er precies onderzocht?
Volgens welke methode verloopt het onderzoek?
Wat zijn de resultaten van het onderzoek?
Wat zijn de conclusies uit het onderzoek?

Je kunt de structuren van Steehouder op een aantal manieren gebruiken. Je kunt de vragen op papier zetten en daaronder de antwoorden. Je gebruikt de structuren dan als kapstok en denkoefening. Als alles duidelijk is kun je makkelijk verder met je tekst.

Je kunt de methode ook gebruiken om een tekst van iemand anders te redigeren. Je controleert zo eenvoudig of op alle vragen een antwoord is gegeven.

 

It's only fair to share...Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Pin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on VKShare on RedditEmail this to someone
0 antwoorden